Home

Aeneas in Italië

In Latium

Langs een ivoren poort verliet Aeneas de onderwereld. Zijn mannen hadden op de schepen op hem gewacht en weer voeren ze verder, naar het land van koning Latinus. Een dochter had deze koning, de knappe Lavinia. Veel koningszonen wilden met haar trouwen en vooral de jonge vorst Turnus rekende erop het koningrijk Lithium aan het zijne toe te voegen. Ook de moeder van Lavinia had grote voorkeur voor Turnus. Toch aarzelde koning Latinus. Zijn vader had hem immers voorspeld dat de man voor Lavinia van een verre kust zou komen? Maar nu de Trojaan Aeneas hem toestemming vroeg in Latium te mogen wonen, begreep hij dat dit de man was die zijn vaders voorspelling bedoelde. Hij ontving de Trojanen vriendelijk en bood Aeneas aan zijn dochter tot vrouw te nemen. Niets weer erop dat Aeneas nog oorlog zou moeten voeren. Latium was het beloofde land. Na de dood van koning Latinus zou hij koning zijn.

Juno’s eeuwige woede

Maar Juno’s woedewas niet voorbij. ‘Hoe is het mogelijk!’ zei ze tegen zichzelf. ‘Op allerlei manieren heb ik die gehate Trojanen achtervolgd. Zal zo’n mannetje als Aeneas mij, de vrouw van de oppergod, overwinnen? Als ik het lot dan niet kan tegenhouden, als Aeneas dan echt met die Lavinia trouwen moet, dan zal ik er toch een bloedige bruiloft van maken. Vernietigen zal ik het volk van Aeneas en vernietigen zal ik ook het volk van Turnus!’ Juno daalde naar de aarde en riep uit de onderwereld de helse Allecto. ‘Help mij, Allecto!’ zei Juno. ‘Zaai oorlog. Zet alle volken uit de buurt o tegen de Trojanen!’ Allecto deed niets liever. Onmiddellijk snelde ze naar het paleis van koning Latinus, veranderde zich in een slag en nestelde zich aan de blanke boezem van zijn vrouw. Giftig sap doordrong haar verstand en een razende koorts maakte haar waanzinnig. Ze schreeuwde: ‘je hebt onze dochter aan een trouweloze Trojaan gegeven terwijl je haar aan Turnus beloofd had1 houd je aan je belofte, man!’ Koning Latinus weigerde. Buiten zichzelf van woede sleurde de koningin haar dochter het bos in en riep alle vrouwen van Latium op hun huizen te verlaten en haar te volgen.

Allecto, de wrede furie, was inmiddels als nachtmerrie in de droom van Turnus verschenen. ‘Luister Turnus,’ stookte ze. ‘Koning Latinus spot met zijn belofte aan u. hij heeft Lavinia en zijn koninkrijk aan een vreemdeling geschonken, aan een Trojaan! Sta dat niet toe! Vernietig de Trojanen!’ ‘Te wapen’ riep Turnus toen hij wakker werd. ‘Te wapen, mannen!’ en nog was het werk van Allecto niet voltooid. Ze vloog naar het kamp van de Trojanen. Daar zag ze Ascanius, de zoon van Aaeneas. De jongen was met zijn honden aan het jagen. Nu leefde er in die streek een prachtig hert, een tam dier dat de lieveling van alle herders was. Overdag dwaalde het door de bossen, maar ’s nachts keerde het terug naar de vertrouwde stal van een van de herders. Op dat dier stuurde Allecto Ascanius’ honden af en toen de jongen het hert zag richtte ze zijn pijl zo dat het hert getroffen werd en zwaar bloedend naar de stal vluchtte. Furieus was de herder en Allecto die op het dak van zijn huis zat blies op een kromme hoorn alle herders van de streek bijeen. ‘Wraak!’ riepen ze. ‘Weg met de Trojanen! Wraak!’ Dit wat het begin van de oorlog.

De herders vielen de Trojanen aan, het eerste bloed vloeide. Juno was tevreden en zond Allecto terug naar de onderwereld. Overal klonk het nu: ‘doodt de Trojanen! Wraak! Oorlog!’ Van alle kanten kwamen de echtgenoten van de met de koningin gevluchte vrouwen naar koning Latinus om zich te beklagen over zijn beslissing Lavinia aan de Trojaan Aeneas te schenken. ‘Weg met de Trojanen! Oorlog!’ Maar Koning Latinus zweeg, sloot zich op in zijn paleis en liet gebeuren wat moest gebeuren.

De strijd

De oorlog rolde over het land. Gekletter van wapens vulde de hemel, bloed kleurde de Tiber rood. Dappere mannen stierven, jong en oud. Ook Pallas, de veelbelovende zoon van de enige koning die Aeneas hulp aanbood, viel door de moordende hand van Turnus. Aeneas was aan Pallas gehecht. In zijn razend verdriet over de dood van de jongen doodde hij de ene na de andere vijand. Bijna had hij Turnus zelf te pakken. Ook Turnus’ hart vlamde van woede, vooral als hij dacht aan zijn gestolen bruid. Aeneas was strijdlustiger dan ooit. Eindelijk stonden ze tegenover elkaar.

Juppiter beslist

Vanaf een hoge wolk keken Juppiter en Juno toe. ‘Nu is het afgelopen, vrouw!’ sprak hij. ‘Ik weet niet waarom je hier naast me zit, waarom je Turnus niet helpt, maar ik zeg het je vast: stop ermee!’ Juno sloeg haar ogen neer. ‘Ik weet het niet,’ zei ze. ‘Je wil is mij bekend. Maar ik wil nog een ding vragen. Laat het volk van Latium niet hun naam in Trojanen moeten veranderen. Sta hen toe dat hun taal en gewoonten blijven zoals ze zijn! Laat hun moed het nageslacht beroemd maken!’

Juppiter glimlachte om Juno. ‘Het is goed,’ zie hij, ‘Je krijgt je zin, als jij je woede bedaart.’ Juno knikte en voelde de woede uit haar borst verdwijnen.

Het lot van Turnus stond nu vast. Aeneas slingerde zijn speer met geweldige kracht en trof hem in de dij. Zwaar gewond zonk Turnus op de grond. ‘Dood mij niet, Aeneas!’ smeekte Turnus. ‘Heb genade met mij. U hebt gewonnen! Lavinia is uw vrouw.’ Aeneas aarzelde. Moest hij een man doden die hem om genade smeekte? Een weerloze man? Toen zag hij dat Turnus de wapenriem van Pallas droeg. Woedend maakte hem dat. ‘Nee, Turnus. Niet ik dood jou, maar Pallas! Dit is zijn wraak!’ Met deze woorden plantte Aeneas zijn zwaard in de borst van Turnus en doodde hem. Zo werd Lavinia de vrouw van Aeneas en de stad die hij boude werd naar haar Lavinium genoemd. Vandaaruit stichtte hij later Alba Longa.